A communications system, which has a plurality of terminals connected
thereto, has one or more object presence detecting devices associated with
the individual terminals. The detecting devices detect whether or not an
object, such as a person, has been detected near any particular and
associated terminal and informs the system. The telephone system can then
provide a visual indication to other terminals within the system that a
person is near their terminal. Such detecting capabilities can also be
used to forward communications to another terminal if a user is not near
their terminal.
Een communicatie systeem, dat een meerderheid van daaraan aangesloten terminals heeft, heeft één of meer bezwaar hebben aanwezigheid ontdekkend apparaten verbonden aan de individuele terminals. De het ontdekken apparaten ontdekken al dan niet een voorwerp, zoals een persoon, dichtbij om het even welke bepaalde en bijbehorende terminal is ontdekt en het systeem geïnformeerd. Het telefoonsysteem kan een visuele aanwijzing aan andere terminals binnen het systeem dan verstrekken dat een persoon dichtbij hun terminal is. Dergelijke het ontdekken mogelijkheden kunnen ook worden gebruikt om mededelingen aan een andere terminal te versturen als een gebruiker niet dichtbij hun terminal is.